maandag 26 januari 2015

Ik ben maar een doodgewoon mens

Ach kijk ze toch eens fijn zitten de tweelingzussen. Wat was tante nog fris en fruitig, keurig gekleed en vrolijk. Wat konden die twee vroeger lachen, tot tranen toe!

Doordat ik me had aangemeld voor de Cliëntenraad, moest ik twee weken achterelkaar op dinsdag vergaderen in HD. Daardoor kwam tante's bezoek een beetje in het gedrang, maar gisteren ging ik weer eens naar haar toe. Het was vies glad bij ons in de polder, maar in Rotterdam viel dat gelukkig nogal mee. Het miezerde licht, maar het was niet zo koud meer als de afgelopen dagen.
Op de vergadering had ik gehoord dat er in het restaurant gebak van Koekela werd verkocht, dus ik ging een lekker stuk worteltaart voor tante uitzoeken.
De woonkamer van Coolhaven Kajuit was gezellig vol, tante zat aan tafel te babbelen naast mevr. H. Ik zei gedag en vroeg of tante naast me kwam zitten. Ik vroeg het nog 7 keer, maar er gebeurde niks. Samen met de zoon van mevr. H. zette ik koffie en deelde de Malthezers rond die ik ook had gekocht. De taart zette ik in stukjes voor tante neer. Ze smulde er van. Ik had een stoel bij gezet en knoopte een gesprek aan met tante. Opeens zei ze, volkomen helder: "Ik ben maar een doodgewoon mens", met dezelfde intomatie die ze vroeger altijd gebruikte. Meestal volgde er dan een heel verhaal, maar nu kwam alleen de opmerking van mevr. H. erachteraan: ja, wat moet je anders zijn...
Ik pakte nog even de pop, waar tante helemaal van smolt. Ze zette de pop op tafel en ging er voorover gebogen uitgebreid tegen staan praten.Helaas lag m'n telefoon thuis, dus ik kon geen foto maken. 
Na een wandeling door de gang (ik ga niet naar buiten, veel te koud, zei tante ) was tante zichtbaar moe. Het was ook best druk: er kwam nog meer familie binnen, de muziek stond aan en ik zat dwars door tantes verhalen heen te praten met de zoon van mevr.H. Ik gaf tante een knuffel en reisde weer af naar huis.

Volgende keer meer over administratieve klussen en de cliëntenraad.



maandag 12 januari 2015

Storm


 Het stormde behoorlijk toen ik gewapend met één pantoffel en een panettone naar Rotterdam-zuid afreisde. De pantoffel had tante kapot gemaakt door de rits zeer hardhandig open te trekken, tante is heel sterk. Het kostte 10€ om te laten repareren.. Maar het waren haar lievelings pantoffels met pantermotief, dus dat doe je dan. De panettone zat in het kerstpakket van mijn echtgenoot en wij vonden hem wel heel groot voor samen. Dat was wel wat voor Coolhaven Kajuit, leek mij.
Het was erg onaangenaam buiten, dus ik zou niet met tante kunnen wandelen. Zelf was ik ook blij toen ik de warmte van HD binnenstapte. Op de woonkamer was het gezellig druk. Bijna alle bewoners waren aanwezig en hadden net koffie op. Gelukkig zat er nog een beetje voor mij in de pot.
Tot mijn grote verbazing reageerde tante heel enthousiast op mijn aanwezigheid. Hallo, wat leuk dat je er bent, wat ben je koud zei tante, waarbij ze mij bezorgd aankeek. Ik denk niet dat ze weet wie ik ben, maar omdat ik nu regelmatig kom, herkent ze mijn gezicht. Ik verdeelde de panettone, die héél lekker was, onder de aanwezigen en ging even met tante kletsen. Nou ja, zij kletst en ik probeer het te volgen. Er wandelde een onthutst kijkende mevrouw binnen, die een zakdoekje in haar hand frommelde. Jullie hebben niet genoeg kleren, sprak ze verdrietig. Ik stelde haar gerust en ze vertrok. Even later wandelde ze weer binnen en half huilend zei ze, terwijl ze naar haar zakdoekje keek: waar moet ik dat nou láten? Ik adviseerde om het in haar zak of in haar mouw te doen. Dat deed ze en daar ging ze weer. Ik vond het zielig, maar mevrouw H., die tegenover me zat, uitte een paar flinke onaardigheden. Haar zoon was er ook en toen hij zei: Weet je nog wie ik ben? Ik ben je zoon! zei ze: O, mag ik dan "je" zeggen?
Ik ging met tante over de gang wandelen, zij met rollator die  ze eerst aan mij wou geven. Ik speelde op de totaal ontstemde piano "klein klein kleutertje" en hup daar kwamen de traantjes weer. Tante zong op haar manier mee (een soort playbacken). O, wat mooi, zuchtte ze.
Terug op de woonkamer kreeg ik een formulier te ondertekenen voor tante's vakantie. Mevrouw H. zou ook meegaan en verder de bekende verzorgenden. Het lijkt me héél leuk voor tante, maar je weet maar nooit.
Toen ik met jas en sjaal aan afscheid nam van tante, zei ze nog:  ach wat ben je toch een lieve schat. Vertederd reisde ik naar huis, waar de storm enigszins was gaan liggen.