Drie weken was ik niet bij tante geweest! Ik had allerlei pechdingen waardoor ik steeds niet kon, een lelijk virus, oogproblemen waardoor ik naar het ziekenhuis moest, etc. Maar vandaag kon het weer gelukkig. Het was droog en licht zonnig toen ik met de trein naar de stad reisde. Ik kocht een grote zak mooie chocolaatjes voor tante, voorjaarsbloemen stond er op. Nou, met véél fantasie...
Het rook enorm naar urine op de gangen van Hanny Dekhuijzen, dat is me voorheen nog nooit opgevallen. Ook in de kamer van tante rook het echt heel erg onfris, terwijl het raam openstond. Tante scharrelde door de woonkamer, met in elke mondhoek chocola, die ik eerst maar even verwijderde voordat ik een knuffel ging geven. Ik legde uit dat ik eerst koffie ging drinken en dat we daarna naar buiten gingen. Tante ging vertellen dat ze dat echt niet kon, waarbij ze op haar knieën wees. Nee, u mag lekker in de rolstoel, dan ga ik u duwen, legde ik uit.O, meid das goed, zei tante luchtig. Ik borg m'n tas op in een kast die op slot kon en parkeerde met hulp van een aardige verzorgende tante in de rolstoel. Sjaal en plaid bewaarde ik voor buiten. In de lift herkende tante het ritueel weer, o ja, dat ken ik zei ze. Beneden gingen we de Boeddha even bewonderen en toen naar buiten.
O, wat is het koúd bibberde tante. Ik legde uit dat het winter was en stopte haar handen onder de plaid en trok de sjaal over haar hoofd.O, ik geef er niks om hoor, rilde tante.Ik ben zo blij dat ik dit nog kan doen!We maakten een wandeling door het park, tante vond het maar een rotzooitje met al dat afgevallen blad. Ook het geel geworden riet vond ze heel lelijk: das toch geen gezicht, mopperde ze, maar ze moest er ook wel een beetje om lachen.
Toen we er bijna waren reed ik met de voorwieltjes tegen een opstaand stuk stoep, waardoor de rolstoel abrupt stilstond en ik lelijk m'n enkel stootte. Ik ben er nog hoor, riep tante, terwijl ik inwendig vloekend over m'n enkel wreef. Tante vond 't maar wat zielig dat ik me zo lelijk had gestoten.
In de woonkamer gingen we nog even gezellig aan tafel zitten met sap, koffie en chocolaatjes en daar haalde ik de troefkaart uit m'n tas: Het Gouden Boekje van Roodkapje. Tante zat bij de omslag al helemaal te zwijmelen en de schattige plaatjes in het boekje vond ze geweldig. Om het verhaal moest ze pas lachen toen de wolf eerst oma en toen Roodkapje opat. Néé toch, riep ze schaterend.
Met een dikke knuffel nam ik afscheid en zocht thuisgekomen de knallers Wim is Weg en Meneer de Hond op in de boekenkast.Mooi dat ik die volgende keer ga voorlezen.