Vanmorgen kwam ik de huiskamer van Coolhaven kajuit binnen en zag tante aan tafel zitten. Hallo tante, riep ik vrolijk, gaat u lekker mee wandelen? Ja kind, das goed, ga maar, zei tante zonder me te herkennen.Nee, samen bedoel ik, zei ik, terwijl ik me over haar heen boog. O ja, ik vind alles best, zei tante.De aanwezige verzorgenden hesen tante in haar jas en ik haalde haar warme sjaal, handschoenen en plaid.Toen tante in de rolstoel zat, begon er toch wat bij haar te dagen. En toen we eenmaal buiten waren, waar het een klein beetje begon te regenen, was ze weer helemaal terug en alert.Na een paar minuutjes brak er een waterig zonnetje door en het grote genieten kon weer beginnen.Van vlakbij bekeken we een reiger, er waren waterhoentjes, duifjes en ik zag zelfs een groene specht. O ja, ik zie hem, zei tante terwijl ze de andere kant op keek.Een aantal malen benadrukte ze wat een bofferd ze toch was dat ze nooit wat mankeerde en zo lekker buiten kon genieten.Nadat ik door een pond hondenpoep was gereden, keerden we weer huiswaarts.Het wiel reed ik schoon in een paar plasjes en binnen zag je er niks meer van. Ik liet de chocomel in de magnetron zetten( niet te heet hoor, zei ik nog) en kreeg hem terug toen hij minstens 90 graden was geworden. Ik goot de chocomel in een wijde soepkom en waarschuwde tante dat het heet was. Ja lekker, zei ze.Ze genoot van de warme drank en kwam langzamerhand weer op temperatuur. Het was helemaal niet koud buiten, maar zij is mager en daarbij zit ze stil natuurlijk.Toen ik haar weer naar boven wilde brengen keek ze met geschrokken aan. Ik ga mee hoor, we gaan samen, zei ik huichelachtig. O samen, das goed, zei ze. Helaas herkende ze haar afdeling niet meer (ik weet dit allemaal niet hoor, zei ze), pas toen we in de huiskamer waren, zag je dat ze opgelucht was.
Met een bezorgd gevoel haalde ik én de bus én de metro én de trein.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten